Flores: Van West naar Oost

Gisteren zijn we teruggekeerd van een reis over het eiland Flores. Het was een tocht met ups en downs, zowel letterlijk als figuurlijk, maar het was ontzettend mooi en we hebben er een aantal bijzondere en unieke ervaringen bij.

Omdat de infrastructuur op Flores nogal te wensen overlaat (vaak geen internet, telefoonbereik, slechte wegen, beperkt openbaar vervoer, etc.) besloten we dan maar decadent te doen en een auto met chauffeur te huren. In de ochtend ontmoetten we onze chauffeur voor de komende dagen, Joey. Vanuit Labuan Bajo reden we over het mooie Flores naar het traditionele dorp Wae Rebo. Onderweg waren we onder de indruk van de diversiteit van de natuur met palmbomen, macadamiabomen, varens, mahonie-bomen, en de vele prachtige bloemen. Bovendien doemt steeds maar weer dat geweldige uitzicht op de zee op, als je door de heuvels rijdt. Verder zagen we intens groene rijstvelden van gigantische afmetingen en een aantal mooie kerken. We kwamen vlak voor drie uur aan, bij het begin van de 2-3 uur durende trekking naar het dorp.

We wilden direct beginnen aan de klim, maar volgens de eigenaar van de lodge daar die de trekking regelt, was dit niet mogelijk. De reden hiervoor wisselde van een gebrek aan tijd (en daglicht), tot het ontbreken van een gids tot eventuele regenval. Uiteraard moesten we dan een belachelijke hoeveelheid betalen om in een hut daar te slapen en ook de prijs voor een gids was absurd hoog (en wisselde met de minuut). Door verhalen uit te wisselen met andere gidsen kwamen we erachter dat er steeds tegen ons werd gelogen. Ik voelde me hierdoor heel onprettig, en het is lastig om daarna de mensen weer te vertrouwen. Uiteindelijk heeft Joey het allemaal geregeld. We zouden niks (?!) betalen voor ons verblijf en Joey zou de volgende dag met ons naar Wae Rebo lopen. In de avond dronken we arak (lokaal gebrouwen drank van de palmboom) met Joey en de andere gasten. Al met al was het een geslaagde avond, hoewel ik liever in het traditionele dorp had geslapen. Het verblijf was erg primitief: geen elektriciteit, internet, of stromend water.

Wae Rebo dorpDe volgende dag waren we met verse moed al vroeg uit de veren om aan de beklimming naar Wae Rebo te beginnen. Het pad was steil, maar de jungle was supermooi, met de mist en de dramatisch kliffen was alleen de wandeling al zeer de moeite waard. Na een dikke twee uur kwamen we dan aan bij het dorp: zeven grote ronde huizen met een soort van rieten daken waar meerdere gezinnen gezamelijk wonen. Als je arriveert moet je de gong luiden om je komst aan te kondigen. Daarna liepen we direct door naar het grootste huis, waar we door de ‘koning’ ontvangen werden. Na een korte ‘ceremonie’ die ons zou beschermen tegen de geesten van dode voorouders, werden we door een gids uit het dorp uitgenodigd voor koffie. Later hoorden we nog wat verhalen van jonge dorpsbewoners, liepen we nog wat rond, en we namen een ‘douche’ onder een stroompje (waterval opgevangen in bamboe) om ons wat op te frissen.

Daarna liepen we terug naar de auto om naar Ruteng te gaan. We reden, net als de dag ervoor, met de ramen open door kleine dorpjes, waar de bewoners ons vol verbazing bekeken en de kinderen ons almaar ‘hello mister!’ en ‘hello miss!’ toeriepen. De manier waarop de mensen nsar ons kijken is heel apart en het is ook heel vreemd om de mensen toe te zwaaien vanuit de auto. Het is bijna alsof we koning en koningin zijn.

Spinnenweb rijstveldenOnderweg zagen we de laatst overgebleven traditionele huizen in Todo. Het samenwonen van meerdere gezinnen in een huis wordt al ontmoedigd sinds de koloniale tijd. Later stopten we voor een klim naar een fabelachtig vergezicht: de zogeheten spinnenweb-rijstvelden. Dit zijn ronde rijstvelden verdeeld in parten en dan weer in vakjes. Naar verluidt komt de verdeling tot stand op basis van duimbreedte op een paal in het midden. Hier werden ook buffels geofferd voor een betere oogst. In Ruteng aten we overheerlijke geit met sate-saus in een lokale warung en daarna waren we allemaal erg moe.
Op de derde dag reden we na het ontbijt naar Borong, het geboortedorp van Joey. Onderweg pikten we Francisco op, die jarenlang in Belgie heeft gewoond en dus Nederlands spreekt. Momenteel zet hij zich in voor duurzame ontwikkeling op Flores. Het is een bevlogen en inspirerende man om mee te praten.

Bij de broer van Joey, zouden we lunchen en daarna wat arak gaan drinken. Het duurde even voordat de lunch klaar was, want er moest eerst nog een kip geslacht worden. Daarna dronken we arak op een veldje, en al snel kwamen nieuwsgierige dorpsbewoners bij ons zitten. Iemand klom in een palmboom om kokosnoten te halen en binnen no-time hadden we verse kokos. We probeerden ook een lokaal gebruik, vooral populair onder oude vrouwen: het kauwen van buttelnut. Het gaat als volgt. Je vouwt de vrucht in het blad samen met wit poeder van een speciale steen. Binnen en paar minuten zijn je hele mond en tanden rood en dan wordt het nogal pittig/branderig. Als je dit veel doet dan worden je tanden permanent rood en uiteindelijk zwart. We hebben dit al bij veel oude mensen gezien in Zuid-Oost Azie. Wanneer we verschrikt terugdeinzen bij een glimlach met een paar overgebleven rottende rode en zwarte tanden.

Daarna bezochten we de ouders van Joey, die ondanks hun hoge leeftijd (75 en 78) nog altijd op het land werken, omdat ze geen pensioen hebben. Ze leven in een hutje op hun mais-veld met wat kippen, varkens en koeien. Terwijl er voor ons mais, vers van het land, gebarbecued werd, probeerde Kay een kip te vangen en ik het schattige biggetje. We maakten met behulp van Joey een praatje met zijn vader, een bijzonder vriendelijke man. Het was raar voor ons om te beseffen dat hij wel de koloniale tijd nog heeft meegemaakt. We vertrokken met een warm en welkom gevoel van deze gastvrije hardwerkende mensen. Daarna gingen we ons opfrissen door te zwemmen en wassen in een waterval. In de avond bezochten we een bruiloft in een nabijgelegen dorp waar het huwelijkspaar en hun ouders groots hadden uitgepakt. We bleven slapen in het huis van Joey’s broer. In de nacht moest ik naar de wc, maar de blaffende honden overtuigden me ervan dat ik beter nog even kon wachten. Ik was blij toen de zon eindelijk opkwam.

Hot springsDe daaropvolgende dag reden we via Bajawa (de laatste stad van de ethnische groep Mangarrai) naar Moni om Mount Kelimutu te beklimmen. Bij Bajawa bezochten we de hotsprings. We toverden onze kleding snel om zodat we onze zwemkleding eronder droegen. Tijdens ons bezoek was er een groep van 60-70 schoolkinderen van een jaar of 16. Bij nader inzien leek het ons daarom beter dat ik maar in mijn kleding zou zwemmen in het conservatieve Flores. Ze keken allemaal vol interesse naar ons en de leraar engels kwam naar ons toegesneld om een praatje te komen maken. Op een gegeven moment lagen we in een stenen ronde poel, waar de hele school omheen stond om naar ons te kijken in het bad. Wanneer we ons bewogen of een stukje zwommen dan hoorden we geroezemoes, het was alsof we in een dierentuin waren. Hoewel het bijzonder ongemakkelijk was, was het ook een unieke ervaring. Toen er een meisje om een foto vroeg, brak bij mij lichte paniek uit dat iedereen er dan een zou willen in allerlei verschillende samenstellingen.

Bena dorpNa nog meer fantastische wegen over Flores, stopten we bij Bena-village. De mensen die hier leven behoren tot het Ngada district, en de bouwstijl is anders dan in Wae Rebo. Bij aankomst maakten we ons direct nuttig door wat natuurkunde in te zetten bij het duwen van een auto op een helling. Daarna bekeken we het dorp dat in prachtige staat gehouden wordt en bol staat van tradities. De begraafplaats, beenderen van geofferde buffels en altaren voor de voorouders zijn prominent aanwezig, maar ook een standbeeld van Maria ontbreekt niet.

Kelimutu vulkaanIn de buurt van Ende konden we onze ogen niet afhouden van de prachtige zwarte stranden. Later stopten we op een strand bezaaid met groene stenen. We kwamen pas laat aan in Moni, waar we veel geld betaalden voor een simpele kamer en we op tijd gingen slapen. De volgende ochtend vertrokken we namelijk om half vijf naar de vulkaan Kelimutu. Vlak voor zonsopkomst bereikten we de top en langzamerhand werden de drie vulkaanmeren hier belicht. Een van de meren was donkerblauw, de ander groen/blauw en de derde was donkerrood/donkerbruin. Schijnbaar veranderen de kleuren dramatisch onder invloed van oxidatie en vulkanische activiteit in een tijdspanne van slechts enkele maanden of soms jaren. In ieder geval is het een goede en bijzondere plek om even te genieten, met bijvoorbeeld een warme kop koffie.

Portugese kerkWe keerden terug naar het hotel en na het ontbijt gingen we weer op pad. Op het idyllische Kota strand nam ik een duik in het helderblauwe water (Kay is nog steeds te erg verbrand van het snorkelen bij Komodo) en daarna maakten we samen een wandeling over het witte strand. Later bekeken we nog de oudste kerk op Flores, gesticht door een missionaris aan het einde van de negentiende eeuw. Helaas was het museum in Maumere op zondag gesloten, dus na een hapje eten gingen we op zoek naar een hotel.

Een belangrijk voorwaarde voor ons was dat we toegang zouden hebben tot het internet, omdat we onze vlucht nog moesten boeken. Helaas hebben geen van de ‘goedkope’ hotels internet en werkt mobiel internet hier niet. Er zat dus niks anders op dan een recordbedrag (nergens hebben we zoveel betaald) neer te tellen voor onze overnachting. In onze kamer vonden we kakkerlaken, we moesten naar de lobby voor het duurbetaalde internet, de douche stonk naar rotte eieren, en alles in de badkamer was bedekt onder een dikke laag kalkaanslag. Gelukkig konden we de vlucht boeken om de volgende dag weer naar Bali te vliegen!

5 gedachten over “Flores: Van West naar Oost

  1. Hoi Tineke and Kay,
    Ik heb jullie verhaal gelezen samen met Janke .
    Wat voor soort eten hebben ze daar?

    Hope to see you both soon:)

    Groetjes van Adora

  2. Hoi Kay en Tineke (Goedendag: selamat siang)

    Mooie naam voor een eiland: Flores; wonen daar nu Florianen of Floresen?
    Jij, Tineke …. past daar heel goed bij hè.

    Ik vind jouw jurk super Tineke (foto Benadorp), nieuw zeker.
    Bekijken en bekeken worden zo gaat dat. Kay stond deze keer niet vaak op de foto. Was zijn hoofd verbrand?

    1. Selamat pagi! Dank je! De jurk is trouwens gewoon van h&m. De mensen op flores noemen het eiland anders, dus geen van beide. Raja ampat is super mooi, maar ik heb ook zin om weer thuis te zijn!

      Liefs,
      Tineke

      1. Jajajajaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa
        Ik vind het ook fijn dat jullie straks weer thuis (hier in Nederland) zijn.

  3. Waar je ook bent, je bent afhankelijk van mensen. Ook nu bleek (weer) dat niet iedereen even betrouwbaar is. Je moet je aanpassen, je woede inslikken, toch opgelucht ademhalen, voorzichtig glimlachen etc. Een soort survival of the fittest. Dan komen de mensen in Vietnam vriendelijker over.
    Toch leuk: een soort puntmutshuis van de koning. Een mooie wiskundige vorm. En dan die andere ‘wiskundige’ vorm: het spinnenweb rijstveld. Prachtig!
    Begint het al te kriebelen? Ik bedoel: zo zoetjesaan moet er een keer naar Europa worden teruggevlogen. Een weemoedig afscheid van Zuid-Oost Azië is nabij…..

Geef een reactie