Hoi An: Lampionnen en Tempels

Hoi An is een van de weinige steden in Vietnam waarin de oude gebouwen de bommen hebben overleefd, onder bescherming van UNESCO. Het historische centrum met elegante bruggen is bijna 600 jaar oud en prachtig onderhouden. Als je door de stad loopt lijk je even terug te gaan in de tijd. In de avond is de stad verlicht met duizenden gekleurde lampionnetjes en kaarsjes op de rivier, erg romantisch. De ‘cuisine’, zoals dat dan genoemd wordt, is van een hoog niveau en lao cai (japanse noedels met mals varkensvlees) en white rose zijn subtiele en bijzondere lokale gerechtjes. We gaven de eerste dag goed geld uit aan voortreffelijke sushi in een luxueus restaurant, sieraden, en ontspanning middels een massage. Later op de avond werden we overspoeld met aanbiedingen voor gratis drank. Al snel ontmoetten we een groepje gezellige Duitsers en een Fransman. De Duisters wisten steeds meer gratis consumpties te bedingen en we vermaakten ons goed met Jenga (lijkt hier erg populair te zijn) en pool.

De volgende dag kon Hoi An ons niet meer zo bekoren. Ten eerste waren we brak en ten tweede was het bewolkt en regenachtig. Ook moesten we ons visum verlengen, wat gebruikelijk voor 25 dollar te regelen valt, maar ons een schrikbarende 48 dollar kostte. Het viel ons op dat de verkopers steeds idiotere prijzen vragen, zo zagen we een toerist 5 dollar voor een kokosnoot betalen. De hele het-is-geoorloofd-om-toeristen-veels-te-veel-te-vragen-houding begon ons tegen te staan. En het hele centrum van Hoi An bestaat eigenlijk volledig uit souvenir-winkels en kledingmakers. Het onophoudende getoeter van de motoren en auto’s werkte ons zo langzamerhand ook behoorlijk op de zenuwen. Gelukkig zagen we het allemaal wat beter in na een goede maaltijd in een restaurant met een aardige eigenaar en een ontspannende massage.

Waterwheel restaurantDe dag erna konden we onze paspoorten ophalen, maar omdat het zo hard regende besloten we na een ontbijtje maar op onze kamer te blijven. In de middag bezochten we het rustige An Bang strand en later ook Tra Que. In dit dorp worden groenten en kruiden op een volledige organische manier gekweekt en de uitzichten over de akkers zijn uiterst charmant. In een restaurant daar worden maatltjden geserveerd met vers geplukte groenten en kruiden, en dit moesten we natuurlijk proberen! Later vonden we een Nederlandse snackbar (met patatje speciaal!) en dronken we ‘fresh beer’ voor nog geen 10 cent per glas.

Mi son tempelsOp de laatste dag bezochten we het tempelcomplex My Son van het Cham empirium, gebouwd tussen de 8e en 13e eeuw. In de architectuur en beelden zijn vele hindoeistische maar ook boeddhistische invloeden te herkennen. De tempels zijn in behoorlijk slechte staat, vooral omdat het complex als basis diende voor de Vietcong. Overal zijn kraters te zien van de bominslagen, maar desalniettemin is het een indrukwekkend geheel. Terug in Hoi An deden we ons tegoed aan een ‘broodje gezond’ in ‘ Jim’s snackbar’ alvorens te vertrekken naar Danang.

2 gedachten over “Hoi An: Lampionnen en Tempels

  1. Oude historie en ‘nieuwe’ historie lopen door elkaar. Zelfs bomkraters moeten worden bewaard m.i. ook omdat de (huidige) Vietnamese regering dat wil en zo kan laten zien hoe slecht de imperialisten waren/zijn.
    Gelukkig is er veel groeiend groen te zien, alles overwoekert, de geschiedenis wordt afgeschermd.
    Maar: het gevarieerde eten blijft de moeite waard. Fijn!

Geef een reactie